Spackspuiten is het machinaal opspuiten van spuitpleister met een korrel. Het resultaat is een licht gestructureerd oppervlak, meestal wit. Het gaat sneller dan glad stucen en verbergt kleine oneffenheden in de ondergrond.
Spack of glad stucwerk
| Spack | Glad stucwerk | |
|---|---|---|
| Uiterlijk | fijne of grove korrel | strak glad |
| Tempo | snel, machinaal gespoten | langzamer, met de hand gezet |
| Ondergrond | kleine oneffenheden vallen weg | moet vlak gezet worden |
| Later overschilderen | kan, met een roller met lange haren of spuiten | kan met een gewone roller |
Afplakken is het halve werk
Spack komt overal waar het niet hoort, dus plakken we de hele ruimte af: vloer, kozijnen, deuren, leidingen, stopcontacten. Daarna spuiten we in één werkgang de wanden of het plafond.
Korrel en ondergrond
In de indeling van de afbouwbranche valt gespoten structuur in groep 4 (korrel tot 3 mm) of groep 5 (grover). Op gipsplaat moet de ondergrond daarvoor minstens in klasse C zijn afgewerkt: naden en schroefgaten gevuld en vlak.
Na het spuiten
Spack is meestal wit en hoeft niet per se geschilderd te worden. Wil je een kleur, dan kan er na het drogen latex overheen. Zie sauswerk.
Zo werken we
- Opname. We kijken naar de ondergrond en laten een proefstuk van de korrel zien.
- Afplakken. De hele ruimte: vloer, kozijnen, deuren en leidingen.
- Spuiten. Machinaal, in één werkgang per vlak, voor een gelijkmatige korrel.
- Opruimen. Afplakwerk eraf terwijl de spack nog nat is, zodat de randen strak blijven.
Wat we niet doen
- Spack spuiten op een ondergrond die los zit of nat is.
- Een oud spuitplafond van vóór 1994 bewerken zonder asbestonderzoek.
