Sierpleister is pleister met een structuur die je ziet en voelt. De structuur komt uit de korrel in het materiaal en uit de manier van aanbrengen: wrijven, krabben of spachtelen.
Soorten
- Korrelpleister: een gelijkmatige korrel, gewreven in rondjes of rechte banen.
- Krabpleister: na het opstijven opengekrabd, ruwer.
- Spachtelputz: met de spaan in lagen aangebracht, met wolkige vlekken.
Hoe grover de korrel, hoe meer oneffenheden de pleister verbergt. Volgens de branche-indeling vraagt fijne sierpleister tot 1 mm korrel een gladde ondergrond (groep 1), en sierpleister vanaf 1 mm groep 2. Welk materiaal en welke korrel we gebruiken, laten we bij de opname zien op een proefstuk.
Oude sierpleister weg
Wil je een gladde muur? Sierpleister afsteken is veel werk; meestal stucen we eroverheen, na afkloppen en voorstrijken. Zie muren stucen.
Zo werken we
- Opname. Proefstuk van de structuur en kijken naar de ondergrond.
- Voorbereiden. Afplakken, voorstrijken met een gekorreld voorstrijkmiddel.
- Aanbrengen. Sierpleister opzetten en de structuur maken.
- Opruimen. Afplakwerk eraf, ruimte schoon.
Wat we niet doen
- Sierpleister op gevels: dat is gevelwerk.
- Oude sierpleister afschuren in een huis van vóór 1994 zonder asbestonderzoek: sommige oude sierpleisters bevatten asbest.
